maandag 1 juli 2013

Neder-L column 41 : Maria Onbevlekte Ontvangenis

‘’ “” –
Acht december vieren wij dit te vaak verkeerd begrepen feest. Zo iemand nog weet heeft van leven en werken van de moedermaagd, en uit zijn kindertijd de woorden “onbevlekte ontvangenis” onthouden heeft, dan wordt die onbevlekte ontvangenis altijd in verband gebracht met de vlekkeloze conceptie van haar Zoon ... Terwijl dat een heel ander feest is, dat op 25 maart gevierd wordt, en dat wij Maria Boodschap noemen. Nee, Maria Onbevlekte Ontvangenis slaat op de conceptie van Maria zélf.
     Als gevolg van de zondeval van Adam en Eva had de voortplanting een substantiële niveauverlaging ondergaan. Door zijn Heer in de hemel uit het oog te verliezen, moest Adam voor straf naar de grond. Kon hij vóór zijn zondeval de vruchten die de aarde voortbracht moeiteloos van de bomen plukken, vanaf dat moment moest hij bukken, zweten, gelijk een beest van de grond eten, en na zijn dood tot compost recyclen. Deze verdierlijking strekte zich ook uit tot het: “Gaat heen en vermenigvuldigt u!” Dat ging sindsdien alleen nog maar bevlekt, dat wil zeggen bezoedeld door de erfzonde van de wellust.

Toen de Almachtige Vader van Zijn ergste woede over de uitglijder Zijner schepselen bekomen was, stelde Hij hen vergeving en verlossing in het vooruitzicht. Iets meer dan vijfduizend jaar later was het zo ver. God besloot Zijn Zoon mens te laten worden. De Zoon immers had de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen, waarna de Vader er Zijn Geest in had gezonden, dus Hij was de aangewezen persoon om deze missie te vervullen.
Hoe dat allemaal in zijn werk ging, kunnen wij onder meer lezen in de biografie die de evangelist Johannes over zijn tante en pleegmoeder Maria schreef. Dat boek is tijdens Reformatie en Contrareformatie in ongenade gevallen, maar was daarvóór een belangrijke bron van informatie over de moeder Gods.
     Johannes’ levensbeschrijving is ook in het Middelnederlands bewerkt, onder andere in de Noordnederlandse vertaling van de Legenda Aurea en in de zogeheten Bliscapen: zeven vijftiende-eeuwse Brusselse toneelstukken waarin de zeven vreugden die Maria tijdens haar leven meemaakte gedramatiseerd zijn. De onbevlekte ontvangenis maakt deel uit van het eerste van de zeven vreugden.

Kort samengevat luidt het verhaal als volgt: Een rijk maar desondanks godvruchtig man, Joachim geheten, afkomstig uit het geslacht van Juda, is twintig jaar lang kinderloos gehuwd met Anna, een vrouw uit het geslacht van koning David. Na zoveel jaren van onvruchtbaarheid wordt Joachim door de hogepriesters de toegang tot de tempel ontzegd, waarna hij niet meer onder de ogen van de mensen durft te komen en bedroefd en beschaamd buiten de stad zijn toevlucht zoekt te midden van zijn kuddes. Daar verblijft Joachim vijf maanden zonder dat Anna weet waar haar man zich ophoudt.
Een even ongeruste als ongelukkige Anna beklaagt haar lot: eerst kinderloos  het ergste wat je in de Joodse samenleving kan overkomen  en nu ook nog haar man kwijt, en dat terwijl het hun bedoeling was hun kind als tempelmaagd aan God af te staan. Daarop verschijnt een engel die haar meedeelt dat zij (vijf maanden) zwanger is, en dezelfde engel verschijnt ook aan Joachim om hem te vertellen dat zijn vrouw Anna een dochter zal baren. Joachim keert een maand later terug in Jeruzalem, waar Anna hem opwacht onder de Gouden Poort.

Vraag mij niet hoe zij nu precies ontvangen is, maar dit is dus de onbevlekte ontvangenis van Maria. Het bewijs wordt geleverd door een ander Maria-feest, Maria Geboorte op 8 september.
     Waar en wanneer zij ontvangen is? Ik wou dat ik het wist. Traditioneel  en de iconografie sluit zich daarbij aan  geldt de ontmoeting onder de Gouden Poort als het moment van de onbevlekte ontvangenis, maar volgens mijn Legenda Aurea-handschrift is Anna  wat overigens ‘moeder’ betekent  dan al zes maanden zwanger! De engel die Joachim boodschapt zegt letterlijk:
Ende du [Joachim, WK] selste weten dat si een dochter had ontfaen doe du se achter lietste die dochter sel sijn die tempel Gods ende die Heilige Geest sel rusten in haer.
De bron van dit van de traditie afwijkende tijdstip is mij niet bekend. Jacob van M(a)erlant kan het niet zijn. In zijn Scolastica (AD 1271), beter bekend onder de foutieve benaming Rijmbijbel, rept hij  in navolging van zijn bron, Petrus Comestors Historia scolastica (ca. 1180)  met geen woord over Maria’s conceptie. Wél in de Spiegel historiael (ca. 1285): Partie I, Boek 6, kapittel 28, maar zonder in details te treden. Dat kon hij ook niet, want ten tijde van Jacob was Maria nog niet onbevlekt ontvangen. De dogmatische denktank was toen nog niet verder gekomen dan te bedenken dat Maria  men dacht 40 dagen na haar conceptie  in de moederschoot gezuiverd was en daardoor van smetten vrij. De onbevlekte ontvangenis dateert van ná Jacob. Het dogma pas van 1854.
     Die smetteloosheid was daarom zo belangrijk omdat in de hoofden van de middeleeuwers God zich gedurende Zijn zwangerschap heel wel bewust was van waar Hij als mens verbleef. Daar wijst de aartsengel Gabriël Hem ook op als hem opgedragen wordt Maria te boodschappen. Het is een maagd, zegt Gabriël in de Eerste Bliscap, maar het blijft een vrouw...
     Een bevlekt ontvangen maagd kan nog zo maagd zijn, ze is en blijft bevlekt, en biedt daarom in de ogen van deze aartsengel met smetvrees geen eerbiedwaardig onderkomen aan Gods zoon in wording. Om Hem negen maanden lang te huisvesten in een smetteloze ambiance liet God daarom eerst een vlekvrije maagd bouwen. En dat vieren wij 8 december: de eerstesteenlegging van Maria, tempel Gods, Amstel Hotel onder de baarmoeders.


LIteratuuropgave

– De (Middelnederlandse) tekst van de Eerste Bliscap vindt men in: Die eerste bliscap van Maria. Opnieuw uitgegeven en toegelicht door Willem de Vreese. s-Gravenhage 1931 [met interessante bijlagen, WK]; Die eerste bliscap van Maria en Die sevenste bliscap van onser vrouwen. Ingeleid en van aantekeningen voorzien door W.H. Beuken. Culemborg 1973; Maria op de markt, Middeleeuws toneel in Brussel. Vertaling Willem Kuiper en Rob Resoort. Amsterdam 1995. Griffioen.
– De onuitgegeven tekst van de 8 december-legende in de Noordnederlandse vertaling van de Legenda Aurea is genomen uit het handschrift UB Amsterdam, VI B 14 (Winterstuk, Utrecht AD 1438), en gebaseerd op mijn digitale diplomatische editie van dit handschrift. Voor deze gelegenheid heb ik de tekst enigszins aangepast, dat wil zeggen dat ik de afgekorte woorden voluit geschreven heb, de in de tekst aangebrachte correcties verwerkt, en het gebruik van de hoofdletters en de interpunctie heb aangepast aan hedendaagse conventies, evenals het gebruik van de: u, v, w, i, j en y. U kunt hem vinden in het Neder-L archief: URL http://www.neder-l.nl/archieven/kuiper/teksten/8dec.html

Voor meer informatie over Maria en haar onbevlekte ontvangenis kan men terecht bij:

– Louis Goosen, Van Andreas tot Zacheüs. Thema’s uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten. Nijmegen [SUN] 1992.
– Jozef Janssens, De Mariale persoonlijkheid van Jacob van Maerlant. Antwerpen 1963, p. 104-109.
– J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie. Bussum [Fibula - Van Dishoeck] 1974.



Date: Thu, 03 Dec 1998 14:45:51 +0100
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@let.uva.nl>
Subject: Col: 9812.16: Column Willem Kuiper, no. 41:
Maria Onbevlekte Ontvangenis

Geen opmerkingen:

Een reactie posten